‘De overledene was civiel ingenieur en afgestudeerd op het gedrag van zand onder invloed van water. Zand stond centraal in zijn leven. Hij maakte met zijn gezin vaak strandwandelingen en steevast kochten ze na afloop een ijsje bij het bekende ijscokarretje. In overleg met zijn vrouw zijn er -het was een snikhete dag -vele emmers zand gehaald en schelpen gezocht. Dit is in de aula gestort, zijn kist er middenin gezet, en zijn kinderen hebben met hun vingers berichten voor hun vader in het zand geschreven en hun namen in schelpjes gelegd. Waxinelichtjes werden aangestoken en alle genodigden zaten in een kring rondom zijn kist. Na afloop stond het ijscokarretje klaar en was er voor iedereen een ijsje. Daarna heeft de naaste familie een lange strandwandeling gemaakt.’
‘Er werd meer tijd gereserveerd in het crematorium, om de ruimte te versieren en in de ruimte met voldoende tijd te kunnen vieren. De ruimte werd versierd met slingers en gezelliger gemaakt met ander licht. De stoelen werden in een kring gezet, met de kist op schragen in het midden. Op de vloer lag een warm kleed. De dienst zelf was gevuld met gedichten en liederen. Een lied was helemaal op een doek uitgeschreven.’
‘De maaltijd in ere herstellen; drinken op het leven van de overlevende en drinken op het leven wat doorgaat. Gezamenlijk de maaltijd gebruiken is een sociale gebeurtenis, die mensen verbindt en samenbrengt. Het is de eerste samenkomst zonder de overledene en vormt de overgang van een leven mét naar een leven zonder de dode, maar is tevens de eerste stap naar het leven zonder de dode, maar is tevens de eerste stap naar het levend houden van de herinnering aan de overledene.’
